Reeve_and_Serfs

Horigen En Lijfeigenen

Een middeleeuwse gemeenschap bestond meestal uit een centrale vroonhoeve. Dit was de boerderij van de heer. Het gebeurde wel vaker dat die hoeve omwald werd of nog verder verstevigd. Rond de vroonhoeve lagen de kleinere boerderijtjes en akkers van de horige boeren. Het grootste deel van de bevolking tijdens de vroege middeleeuwen behoorde tot deze twee groepen.

Horigen

Deze horigen mochten een lap grond van de heer bewerken, in ruil voor een deel van de oogst. De gebouwen en akkers bleven eigendom van de heer. Deze boeren hadden daarnaast ook andere verplichtingen zoals de zogenaamde hand- en spandiensten bij de heer. Ze moesten helpen met de oogst en in tijden van oorlog de heer bijstaan.

Horigen waren officieel “vrij”. In werkelijkheid mochten ze niet zonder toestemming van de heer verhuizen.

Het “herenrecht of “droit de seigneur” waarbij de maagdelijkheid van dochters van lijfeigenen kon worden opgeÃĢist door de heer, wordt steeds meer als een mythe beschouwd.

Lijfeigenen

Lijfeigenen waren nog slechter af dan horigen. In principe waren zij gewoon slaven, met als verschil dat ze een gezin mochten stichten, land mochten bebouwen en niet konden worden verkocht. Ze werden ingezet op de vroonhoeve van de heer. Net zoals de adel en de horigen, was hun situatie erfelijk.

Poorters

Reeve_and_SerfsDe opkomst van de steden betekende voor veel vrije en onvrije boeren een nieuwe kans. Steden hadden hun eigen bestuur, wetten en regels. Ambachtslieden vestigden zich er en specialiseerden zich. Dit resulteerde in een economische vooruitgang waarbij sommige steden zelfs nog machtiger werden dan de graven of hertogen die het land bestuurden. Dit alles werkte als een magneet op de plattelandsbevolking. Ze konden zelfs hun vrijheid ermee winnen! Steden vielen buiten het bestuur van de heren. Eens ze daar een jaar en een dag uit de handen van de heer konden blijven, waren ze officieel vrij en inwoner (“poorter”) van de stad.